ECLI:NL:RBDHA:2018:4945
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in- behandelingneming asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank bevestigt dat Duitsland inderdaad verantwoordelijk is, aangezien eiser daar eerder internationale bescherming heeft gevraagd.
Eiser stelde dat de staatssecretaris had moeten onderzoeken of hij nog in beroep kon tegen de Duitse afwijzing, maar de rechtbank oordeelde dat dit de eigen verantwoordelijkheid van eiser is. Daarnaast faalde het betoog dat er een risico op refoulement bestaat, omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland hem onrechtmatig zou uitzetten.
Ook de medische situatie van eiser en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn Joodse achtergrond en wantrouwen jegens Duitsland, waren onvoldoende onderbouwd om toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening te rechtvaardigen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.