ECLI:NL:RBDHA:2018:4847

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
24 april 2018
Zaaknummer
NL18.5793
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht Dublin Duitsland

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 maart 2018, waarin een overdracht op grond van het Dublin-verdrag naar Duitsland is bevolen. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de overdracht zou plaatsvinden voordat op het beroep was beslist.

De behandeling van het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening vond plaats op 6 april 2018, waarna het onderzoek werd gesloten. Inmiddels is op het beroep zelf bij uitspraak NL18.5792 beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening feitelijk overtollig is geworden.

De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening toe te kennen en wijst het verzoek af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht wordt afgewezen omdat het beroep inmiddels is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL18.5793

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 april 2018 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

gemachtigde: mr. B.A. Palm,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

gemachtigde: mr. J. Raaijmakers.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 21 maart 2018 (bestreden besluit) en gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt overgedragen alvorens op het beroep is beslist.
De behandeling van het beroep en verzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2018. Partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Nu bij uitspraak van vandaag (met nummer NL18.5792) op het beroep is beslist, wordt het verzoek afgewezen. Er bestaat in deze procedure geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.