ECLI:NL:RBDHA:2018:4847
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht Dublin Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 maart 2018, waarin een overdracht op grond van het Dublin-verdrag naar Duitsland is bevolen. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de overdracht zou plaatsvinden voordat op het beroep was beslist.
De behandeling van het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening vond plaats op 6 april 2018, waarna het onderzoek werd gesloten. Inmiddels is op het beroep zelf bij uitspraak NL18.5792 beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening feitelijk overtollig is geworden.
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening toe te kennen en wijst het verzoek af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht wordt afgewezen omdat het beroep inmiddels is beslist.