ECLI:NL:RBDHA:2018:4841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod voor twee jaar op grond van de Vreemdelingenwet
Eiser, een Albanese staatsburger, kreeg op 7 mei 2017 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit berustte op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, omdat hij Nederland onrechtmatig was binnengekomen en niet voldeed aan de verplichtingen uit de vreemdelingenwetgeving.
Eiser stelde beroep in tegen het besluit, maar verscheen niet op de zitting van 30 maart 2018. De rechtbank stelde vast dat het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk was omdat eiser reeds op 19 mei 2017 was uitgezet naar Albanië, waardoor het procesbelang verviel.
Het beroep tegen het inreisverbod werd inhoudelijk beoordeeld. Eiser voerde aan dat het inreisverbod disproportioneel was en onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het niet kunnen bezoeken van familieleden binnen de EU. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod terecht was opgelegd, aangezien eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit, en dat de duur van twee jaar in overeenstemming was met het beleid en wettelijke bepalingen.
De rechtbank wees het beroep tegen het inreisverbod ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard.