ECLI:NL:RBDHA:2018:4808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiseres, met de Armeense nationaliteit, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 voor uitstel van vertrek vanwege medische redenen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat eiseres in staat is te reizen en geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is bij terugkeer naar Armenië.
Eiseres voerde aan dat haar aanvraag onvolledig was en dat verweerder haar geen gelegenheid had gegeven aanvullende medische stukken in te dienen. Tevens stelde zij dat de noodzakelijke mantelzorg en toegankelijkheid van medische behandeling in Armenië onvoldoende waren onderzocht en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag wel degelijk volledig was en dat verweerder het BMA-advies terecht als grondslag voor zijn besluit kon gebruiken. De aanbevelingen van het BMA betroffen reisvoorwaarden, maar wezen niet op een medische noodsituatie bij terugkeer. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.