ECLI:NL:RBDHA:2018:4726

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
20 april 2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5267
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in verblijfsdocumentzaak

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Na intrekking van het eerste besluit is de aanvraag opnieuw afgewezen, waarna verzoekster bezwaar maakte tegen dit primaire besluit. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 2 maart 2018 verscheen verzoekster niet en gaf zij geen bericht van verhindering. De voorzieningenrechter stelde verzoekster in de gelegenheid om het spoedeisend belang toe te lichten, maar zij reageerde hier niet op. Op grond hiervan concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang bestond.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dit vereist, zoals bepaald in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat dit niet het geval was, wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Ghrib en griffier A.H. Ferment op 20 april 2018. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 17/5267
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 april 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),
tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2016 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
Bij besluit van 9 februari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder het besluit van 29 november 2016 ingetrokken en de aanvraag van verzoekster wederom afgewezen.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2018. Verzoekster is niet verschenen, zonder bericht van verhindering. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. Verzoekster is bij brief van 8 maart 2018 in de gelegenheid gesteld om toe te lichten waarin het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening is gelegen. Verzoekster heeft daar niet op gereageerd. Gelet daarop concludeert de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.