ECLI:NL:RBDHA:2018:4696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Cubaanse homoseksueel wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas
Eiser, een Cubaanse homoseksueel, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege discriminatie en vervolging in Cuba. Hij legde aan zijn aanvraag onder meer voor dat hij op het werk werd gediscrimineerd, meerdere malen door de politie werd aangehouden en een traumatische verkrachting in zijn jeugd had meegemaakt.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas onvoldoende zwaarwegend was en niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank achtte de verklaring van eiser over zijn seksuele geaardheid en de ondervonden problemen geloofwaardig, maar concludeerde dat deze niet leidden tot een vluchtelingenstatus of een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank overwoog dat homoseksualiteit in Cuba niet strafbaar is en dat de situatie voor LHBT-ers de laatste jaren is verbeterd, met wettelijke bescherming tegen discriminatie. Hoewel discriminatie voorkomt, was deze niet van dien aard dat het leven van eiser onhoudbaar is geworden. Ook de verkrachting in zijn jeugd was niet relevant voor het huidige risico.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser op aanvullende documenten en stelde dat hij onvoldoende had aangetoond dat hij persoonlijk vervolgd zou worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas.