ECLI:NL:RBDHA:2018:4500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsvergunning regulier naar zelfstandige arbeid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning regulier van de beperking 'het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst' naar 'arbeid als zelfstandige'. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, omdat met het verblijf van eiser geen wezenlijk Nederlands economisch belang zou zijn gediend.
Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat hij niet gehoord was in de bezwaarfase, dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, en dat hij op grond van artikel 8 EVRM Pro niet terug kon keren naar Nigeria vanwege zijn opgebouwde privéleven en de verslechterde situatie in zijn land. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, dat het besluit voldoende was gemotiveerd conform het puntenstelsel, en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde vanwege de korte verblijfsduur in Nederland.
De rechtbank wees tevens het verzoek om vrijstelling van griffierecht af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt niet over inkomen of vermogen te beschikken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd. De uitspraak werd gedaan door rechter Sleeswijk Visser-de Boer op 17 april 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking arbeid als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.