ECLI:NL:RBDHA:2018:4486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en meerderjarigheid
Eiser diende op 13 juli 2017 een asielaanvraag in, waarna verweerder op basis van de Dublinverordening vaststelde dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Italië weigerde aanvankelijk overname vanwege een vermeende minderjarigheid van eiser, maar ging later akkoord na heroverweging.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij als meerderjarig werd beschouwd en waarom geen leeftijdsonderzoek was aangeboden. De rechtbank oordeelde dat verweerder conform het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 handelde, waarbij een leeftijdsonderzoek alleen wordt aangeboden als niet evident is dat iemand meerderjarig is.
De rechtbank vond de bevindingen van verbalisanten en IND-medewerker, die onafhankelijk tot de conclusie kwamen dat eiser evident meerderjarig is, voldoende gemotiveerd. Ook het verschil in geboortedatum dat eiser aan Italiaanse autoriteiten gaf, en het ontbreken van aannemelijke bewijsstukken voor minderjarigheid, onderbouwden dit oordeel.
De rechtbank verwierp de beroepsgrond en bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Italië nog steeds geldt. Verweerder had ook terecht geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die overdracht onevenredig hard zouden maken. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat eiser evident meerderjarig is en Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure.