ECLI:NL:RBDHA:2018:4459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en uitstel van vertrek wegens medische klachten uit Bosnië
Eiser, een Bosnische staatsburger, diende op 30 januari 2018 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege PTSS en zenuwbeschadiging in zijn been niet in Bosnië zou kunnen werken en geen ziektekostenverzekering zou kunnen afsluiten. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en verleende geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw).
De rechtbank overwoog dat Bosnië-Herzegovina als veilig land van herkomst wordt aangemerkt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet op de bevoegde autoriteiten kan terugvallen. Het eerdere advies van Bureau Medische Advisering (BMA) uit april 2017, waarin geen medische noodsituatie werd vastgesteld, bleef van kracht omdat eiser nieuwe medische bewijsstukken te laat en onvoldoende onderbouwd had ingebracht.
Verder werd het beroep op medische gronden in het kader van artikel 64 Vw Pro en artikel 3 EVRM Pro niet gegrond verklaard, mede op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook het bezwaar tegen het opgelegde inreisverbod wegens het bestaan van een zus in Zweden faalde vanwege het ontbreken van bewijs van de band en de noodzaak om haar buiten de EU te bezoeken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het weigeren van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.