ECLI:NL:RBDHA:2018:4447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening
Eiseres, een Iraakse nationaliteit houdende vrouw, diende op 14 september 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Zweden verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname ingediend bij Zweden, dat dit verzoek had aanvaard.
Eiseres voerde aan dat zij het Dublingebied langer dan drie maanden had verlaten, onderbouwd met een inreisstempel Irak van 17 april 2017 en twee medische verklaringen van een kliniek en specialist in Bagdad. Zij stelde dat Zweden niet verantwoordelijk is wegens het verlaten van het grondgebied, het ontbreken van juridische hulp in Zweden en haar afhankelijkheid van haar dochter in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de combinatie van de inreisstempel en de medische verklaringen niet aannemelijk maken dat eiseres het grondgebied van de EU langer dan drie maanden heeft verlaten. Verweerder had geen onderzoek gedaan naar de authenticiteit van de medische verklaringen en had zich beperkt tot een summiere conclusie.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb Pro en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 1.002,- ten gunste van de rechtsbijstandverlener.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.