ECLI:NL:RBDHA:2018:4427
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over visumweigering wegens onvoldoende bewijs verblijfsdoel en terugkeer
Eiser, een Iraakse nationaliteit, vroeg via een referent een visum voor kort verblijf aan voor een zakelijk bezoek aan Nederland. De minister weigerde het visum omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt wat het doel van zijn bezoek was en dat hij tijdig zou terugkeren naar Irak.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk het doel had toegelicht en dat hij door zijn werk en gezin voldoende binding met Irak heeft. Hij kon echter geen harde afspraken over het bezoek overleggen, omdat zijn komst onzeker was. Ook ontbraken bewijsstukken van salarisbetalingen, wat hij verklaarde door de contante betalingen in Irak.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende duidelijk had gemaakt welke aanvullende gegevens nodig waren en dat hij zijn zorgvuldigheidsplicht volgens artikel 3:2 Awb Pro niet had nageleefd. Daarom gaf de rechtbank een opdracht aan verweerder om binnen een week te melden of hij het gebrek wil herstellen, en daarna binnen vier weken de aanvraag te laten aanvullen en het besluit eventueel te wijzigen.
De rechtbank hield verdere beoordeling aan en bepaalde dat tegen deze tussenuitspraak geen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank draagt op het besluit te verbeteren en houdt verdere beoordeling aan.