ECLI:NL:RBDHA:2018:4363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens afwaardering voorraad in faillissement groothandelscentrum
Eiseres, een groothandel in disposables en diverse importproducten, heeft haar voorraad afgewaardeerd vanwege het faillissement van een groothandelscentrum waar haar goederen waren opgeslagen. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, gebaseerd op een boekenonderzoek en een onherroepelijke informatiebeschikking die eiseres niet betwistte.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft bewezen dat de door curatoren verkochte goederen haar eigendom waren, noch dat consignatieovereenkomsten bestonden voor de betreffende goederen. Ook waren de overgelegde stukken onvoldoende om de eigendom van de goederen te identificeren. Hierdoor is eiseres niet geslaagd in haar bewijslast.
De naheffingsaanslag is gebaseerd op een redelijke schatting, waarbij de Belastingdienst uitging van de afwaardering door eiseres en een realistisch brutowinstpercentage hanteerde. De rechtbank wijst erop dat eventuele civiele geschillen over de handelwijze van de curator buiten deze procedure vallen.
Gezien het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de naheffingsaanslag en de heffingsrente. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.