ECLI:NL:RBDHA:2018:4347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens bezit Armeense nationaliteit en beschermingsalternatief Armenië
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende man, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat eiser door geboorte de Armeense nationaliteit bezit en dat Armenië als beschermingsalternatief kan worden beschouwd. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij de Armeense nationaliteit niet bezit en dat zijn (bi)seksuele voorkeur relevant is voor zijn asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat eiser naliet te melden dat zijn ouders de Armeense nationaliteit bezaten en dat hij daardoor misleidend handelde. De verklaring van de Armeense ambassade bevestigde dat eiser Armeens burgerschap heeft verkregen. Armenië mocht als beschermingsalternatief worden tegengeworpen, ondanks het ontbreken van een nauwe band met dat land.
Ten aanzien van de (bi)seksuele voorkeur van eiser vond de rechtbank dat verweerder terecht geen relevantie aan dit element hechtte, omdat eiser hierover onvoldoende concreet had verklaard. Nieuwe asielmotieven die na het bestreden besluit werden aangevoerd, waaronder het leven als transgender en risico's in Armenië, konden niet in deze procedure worden meegenomen vanwege de procesorde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 16 maart 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het bezit van de Armeense nationaliteit en het beschermingsalternatief Armenië.