ECLI:NL:RBDHA:2018:4332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken bezwaar tegen visumafwijzing kort verblijf
Eiseres heeft een aanvraag voor een visum voor kort verblijf ingediend, welke door de Minister van Buitenlandse Zaken bij besluit van 27 februari 2017 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit heeft eiseres geen bezwaar gemaakt. Wel is door een referent bezwaar ingesteld, dat door verweerder kennelijk ongegrond is verklaard bij besluit van 5 juli 2017. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of het beroep ontvankelijk is. Op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een beroep niet worden ingesteld indien de belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit en dit verwijtbaar is. De rechtbank constateert dat eiseres geen bezwaar heeft ingediend tegen het primaire besluit en dat hiervoor geen verschoonbare reden bestaat.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaar tegen het primaire besluit.