3.3.In navolging van de rechtbank Noord-Nederland in haar uitspraak van 17 november 2017 (ECLI:NL:RBNNE:2017:4409), wordt voorts overwogen dat verweerder bij het beoordelen van het arbeidsvermogen van eiseres – ondanks het ontbreken van een daartoe strekkende verwijzing in artikel 3.5 van het Besluit SUWI – aansluiting heeft mogen zoeken bij de criteria uit artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit. Aan de hand van de criteria uit het Schattingsbesluit wordt beoordeeld wat de ondergrens is van iemands arbeidsvermogen (zie de Nota van Toelichting bij het Schattingsbesluit, Stb. 2014, 359, blz. 5). Na het vaststellen van die ondergrens kon, zoals verweerder heeft gedaan, aan de hand van de methodiek van drempelfuncties worden beoordeeld of eiseres met haar arbeidsvermogen in staat was het WML te verdienen. Die aanpak is in overeenstemming met artikel 3.5, derde en vierde lid, van het Besluit SUWI. 4. Naar aanleiding van haar aanvraag is eiseres gezien door een verzekeringsarts in dienst van verweerder. Deze heeft, na bestudering van een vragenlijst die eiseres heeft ingevuld en haar medisch dossier, vastgesteld dat eiseres op medische gronden arbeidsvermogen heeft. Volgens de verzekeringsarts is bij eiseres sprake van een verminderde duurbelasting, maar naar zijn inschatting kan eiseres ten minste één uur aaneengesloten en vier uur per dag en 20 uur per week arbeid verrichten. Bovendien beschikt zij over basale werknemersvaardigheden. De verzekeringsarts verwacht verder dat de medische gesteldheid van eiseres op lange termijn wezenlijk zal verbeteren en dat haar functionele mogelijkheden als gevolg daarvan wezenlijk zullen toenemen.
5. Eiseres is vervolgens gezien door een arbeidsdeskundige in dienst van verweerder. Deze heeft geconcludeerd dat voor eiseres, als gevolg van haar verminderde duurbelasting, geen geschikte drempelfunctie te vinden is. Zij is naar zijn oordeel daarom niet in staat het WML te verdienen.
6. Op basis van de bevindingen van zijn verzekeringsarts en arbeidsdeskundige heeft verweerder het primaire besluit genomen. Dat besluit is in bezwaar gehandhaafd. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op een medische rapportage van zijn verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). Na bestudering van het dossier van eiseres en informatie uit de behandelend sector, onderschrijft deze verzekeringsarts b&b de bevindingen van de verzekeringsarts. In reactie op het bezwaar van eiseres merkt hij op dat haar basale werknemersvaardigheden door de verzekeringsarts konden worden vastgesteld op basis van haar presentatie tijdens het medisch onderzoek en haar arbeidsverleden. In aanvulling op de rapportage van de verzekeringsarts, concludeert de verzekeringsarts b&b dat de door eiseres in de bezwaarfase gestelde psychische klachten niet blijken uit de stukken die in de bezwaarfase zijn overgelegd.
7. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldige totstandkoming en inhoudelijke juistheid van de rapportages die verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. De rapportages zijn inzichtelijk gemotiveerd en de door eiseres aangedragen informatie is hierin kenbaar betrokken. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar psychische klachten. In de medische rapportages wordt, zowel op basis van eigen waarneming als na bestudering van het medisch dossier van eiseres en de medische informatie die zij heeft overgelegd, vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn voor deze door eiseres gestelde klachten. Evenals verweerder ziet de rechtbank geen grond deze bevindingen van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts b&b in twijfel te trekken. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij inmiddels onder psychiatrische behandeling staat en dat zij op korte termijn informatie van de behandelend psychiater denkt te kunnen overleggen. De rechtbank ziet echter, gelet ook op de datum in geding, geen aanleiding deze nog op te stellen stukken in haar beoordeling te betrekken. Dat eiseres het bestaan van haar psychische klachten niet eerder aan de hand van concrete en toetsbare gegevens heeft onderbouwd, dient voor haar rekening en risico te blijven.
8. Op basis van de bevindingen van de verzekeringsarts, de verzekeringsarts b&b en de arbeidsdeskundige heeft verweerder in het bestreden besluit terecht het standpunt gehandhaafd dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt. Het hiertegen gerichte betoog van eiseres faalt.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.