ECLI:NL:RBDHA:2018:4232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis meerderjarig kind wegens verbroken gezinsband
Eiseres, een meerderjarig kind met de Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar moeder, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres door het aangaan van een huwelijk in 2001 een zelfstandig gezin had gevormd, waardoor de feitelijke gezinsband met haar moeder was verbroken.
Eiseres voerde aan dat zij feitelijk nog tot het gezin van haar moeder behoort en dat er een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie bestaat. Ook stelde zij dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en dat artikel 8 EVRM Pro niet was betrokken in de besluitvorming. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke gezinsband door het huwelijk en het vormen van een zelfstandig gezin is verbroken en dat herstel daarvan niet mogelijk is volgens het geldende beleid en jurisprudentie.
De rechtbank verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat de Vreemdelingenwet 2000 buiten artikel 29 geen Pro grond biedt voor verlening van een verblijfsvergunning op die basis. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband is verbroken en niet hersteld kan worden.