Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2018 in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1, V-nummer [V-nummer]
[eiser 2], eiser 2, V-nummer [V-nummer]
Rechtbank Den Haag
Eisers, beiden met de Surinaamse nationaliteit, vroegen een visum voor kort verblijf aan in verband met optredens van hun muziekgroep in Nederland, België en Frankrijk. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen af omdat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij tijdig zouden terugkeren naar Suriname.
De rechtbank overwoog dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft bij het toetsen van het voornemen tot terugkeer, waarbij sociale en economische bindingen met het land van herkomst centraal staan. Eisers slaagden er niet in deze bindingen voldoende te onderbouwen. Zo ontbraken objectieve bewijsstukken voor gezinsrelaties en inkomsten, en waren de overgelegde documenten onvoldoende overtuigend.
Daarnaast werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, zodat de hoorplicht niet was geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de visumaanvragen gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvragen wordt ongegrond verklaard.