ECLI:NL:RBDHA:2018:4202
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking verzoek voorlopige voorziening ondanks discretionaire bevoegdheid bestuursorgaan
Verzoeker diende een verzoek in tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen een besluit van 11 juli 2017. Dit verzoek werd op 24 oktober 2017 ingetrokken, waarna verzoeker aanspraak maakte op proceskostenvergoeding. Verweerder, de Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid, stelde dat tijdens de bezwaarprocedure gebruik was gemaakt van discretionaire bevoegdheid om verblijf toe te staan, wat bijzondere omstandigheden zou vormen om proceskostenvergoeding te weigeren.
De voorzieningenrechter overwoog dat volgens vaste jurisprudentie een verzoek om toepassing van artikel 8:75a Awb in beginsel moet worden ingewilligd indien het bestuursorgaan aan de betrokkene is tegemoetgekomen. Een uitzondering geldt slechts bij bijzondere omstandigheden, zoals wanneer het beroep uitsluitend aan de handelwijze van de betrokkene te wijten is. Het gebruik van discretionaire bevoegdheid door verweerder in de bezwaarprocedure vormt geen zodanige bijzondere omstandigheid.
Daarom werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, forfaitair vastgesteld op € 501,00. Er was geen griffierecht geheven, zodat terugbetaling daarvan niet aan de orde was. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 501,00.