ECLI:NL:RBDHA:2018:4134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eiseres, een Syrische vrouw van 33 jaar, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid van haar ouders die in Nederland verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro in combinatie met de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van de staatssecretaris, gewijzigd per 8 september 2016, correct werd toegepast. Eiseres kon niet worden aangemerkt als jongvolwassene en er was onvoldoende bewijs voor een bijzondere emotionele of financiële afhankelijkheid. De medische verklaring van een psychiater bood geen concreet verband tussen de psychische problemen van eiseres en het ontbreken van gezinshereniging.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op schending van de hoorplicht faalde omdat vooraf duidelijk was dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. De rechtbank concludeerde dat er geen beschermwaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestond en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.