ECLI:NL:RBDHA:2018:4003
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van homoseksuele geaardheid en bescherming Surinaamse autoriteiten
Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende man, heeft op 20 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen binnen zijn familie. Hij stelde mishandeling en bedreiging door familieleden te hebben ondervonden en verblijft momenteel bij zijn Nederlandse partner.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag op 1 februari 2018 af, omdat hoewel de verklaringen van eiser geloofwaardig werden bevonden, de problemen onvoldoende zwaarwegend waren om bescherming te rechtvaardigen. De autoriteiten in Suriname konden volgens verweerder bescherming bieden, en er was geen sprake van een situatie die artikel 3 EVRM Pro schendt.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inspanningen had verricht om bescherming in zijn land van herkomst te verkrijgen, zoals het indienen van klachten tegen politieoptreden. Tevens was het beroep op artikel 15c van Richtlijn 2001/95/EU en artikel 8 EVRM Pro niet onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van een reëel risico en het ontbreken van bewijs dat bescherming in Suriname ontbreekt.