ECLI:NL:RBDHA:2018:3839

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 maart 2018
Publicatiedatum
4 april 2018
Zaaknummer
AWB 18/1821 en 18/1823
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tot continuering opvang asielzoekers wegens niet tijdig beslissen

Verzoekers hebben beroep aangetekend tegen de fictieve weigering van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) om hun opvang te continueren. Zij vroegen tevens om een voorlopige voorziening die de opvang zou continueren of hervatten totdat de rechtbank uitspraak doet op hun beroepschriften.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers een spoedeisend belang hebben omdat de opvang op 9 maart 2018 is beëindigd en zij in afwachting zijn van de behandeling van hun beroepen tegen de afwijzing van hun opvolgende asielaanvragen. Omdat nog niet is beslist op hun verzoek om opvang en het beroep een redelijke kans van slagen heeft, komt toewijzing van de voorlopige voorziening in aanmerking.

De voorzieningenrechter draagt het COA op om de opvang per direct te continueren en veroordeelt het COA in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €501. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en COA opgedragen opvang per direct te continueren.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 18/1821 en 18/1823
uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 15 maart 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , en

[naam 1], hierna: verzoekers,
gemachtigde: mr. R.C. van den Berg,
en

Het bestuur van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers, verweerder,

Procesverloop

Bij beroepschrift van 14 maart 2018 hebben verzoekers beroep aangetekend tegen de fictieve weigering van verweerder om te voldoen aan hun verzoek om de opvang te continueren (AWB 18/1820 en 18/1822).
Tevens hebben verzoekers de voorzieningenrechter bij verzoekschrift van 14 maart 2018 verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat het recht op opvang wordt gecontinueerd/ hervat, in elk geval tot en met de uitspraak van deze rechtbank op hun beroepschriften.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekers een spoedeisend belang hebben als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nu verweerder op 9 maart 2018 de voorzieningen heeft beëindigd en eisers in afwachting zijn van de behandeling van hun beroepen tegen de afwijzing van hun opvolgende asielaanvragen (NL18.4196 en NL18.4198).
3. Ingevolge artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd voor een mondelinge behandeling, indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen zijn geschaad. De voorzieningenrechter ziet daartoe aanleiding in dit geval.
4. De voorzieningenrechter beperkt zich tot de vraag of verweerder de opvangvoorzieningen van verzoekers dient te continueren totdat op hun beroep is beslist.
5. Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag van verzoekers van 12 maart 2018 om de opvang te continueren/ hervatten. Nu niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verzoeken voor toewijzing in aanmerking komen.
6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Het bedrag van deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 501 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 501, twee samenhangende zaken, en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst de verzoeken om voorlopige voorziening toe;
  • draagt verweerder op om hangende de beroepen tegen het niet tijdig genomen besluit verzoekers per onmiddellijk opvang te bieden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers, te bepalen op € 501 (vijfhonderd en één euro), te betalen aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De griffier heeft de beslissing telefonisch aan het COa en de gemachtigde van verzoekers bekendgemaakt op 15 maart 2018.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.