ECLI:NL:RBDHA:2018:3838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 maart 2018 het beroep van eiser tegen het besluit van 28 februari 2018, waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit besluit verwees naar een eerder besluit van 11 april 2017 waarin Italië werd aangewezen als verantwoordelijke lidstaat voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij in Duitsland een nieuwe asielaanvraag had ingediend en dat er sprake was van nieuwe feiten (nova) die een nieuwe beoordeling rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat het verblijf in Duitsland geen nieuw claimakkoord met Italië noodzakelijk maakt, mede omdat de termijn voor overdracht was verlengd vanwege het onderduiken van eiser. Ook andere door eiser aangevoerde omstandigheden, zoals zijn verblijf in Italië en medische situatie, werden niet als relevante nova beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter en voorzieningenrechter de Roos in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.