ECLI:NL:RBDHA:2018:3829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkheid en inhoudelijke afwijzing VWNW-voorzieningen na ontslag op eigen verzoek
Eiseres was ambtenaar bij de minister van Economische Zaken en kreeg vanwege een reorganisatie de status van VWNW-kandidaat. Zij aanvaardde een functie buiten het Rijk bij een andere werkgever en vroeg ontslag op eigen verzoek aan met toekenning van VWNW-voorzieningen. Verweerder stelde dat de functie niet als passende functie was aangeboden en paste de salarissuppletie toe met een bandbreedte van twee salarisschalen.
Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de toegekende voorzieningen en de voorwaarden van het ontslag, stellende dat het advies van het KFR een hogere berekening voorschreef en dat het ontslag niet rechtsgeldig was. Verweerder verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk en ongegrond, omdat eiseres geen procesbelang had bij het beoordelen van het ontslagbesluit en de VWNW-regelgeving correct was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang had omdat zij inmiddels een vaste aanstelling bij de nieuwe werkgever had en het bezwaar gericht was op hogere voorzieningen, niet op herleving van het dienstverband. De informatie van verweerder was consistent en niet misleidend, en het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden. De discretionaire bevoegdheid bij pensioenberekening was correct toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan procesbelang en correcte toepassing van de VWNW-regelgeving.