ECLI:NL:RBDHA:2018:3777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag buiten behandeling gesteld wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling werd gesteld op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000. Dit omdat eiseres op 24 januari 2018 zonder toestemming en met onbekende bestemming was vertrokken, zonder binnen twee weken contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten.
Eiseres betwistte het besluit en stelde dat zij uit angst het asielzoekerscentrum had verlaten en het contact met haar gemachtigde op 5 maart 2018 was hersteld. Zij verzocht om een nader gehoor op grond van artikel 83 Vw Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris in redelijkheid het besluit kon nemen omdat het vertrek met onbekende bestemming niet werd betwist en de coulance die eiseres vroeg in de beroepsfase werd afgewezen.
Verder achtte de rechtbank de opgebouwde relatie van eiseres onvoldoende om het opgelegde inreisverbod van twee jaar wegens humanitaire omstandigheden te laten vervallen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag met oplegging van een inreisverbod.