ECLI:NL:RBDHA:2018:3631
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 4 december 2017 een asielaanvraag in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door het Schengenvisum dat eiser op 23 augustus 2017 van Frankrijk ontving en de instemming van Frankrijk met de overname op 1 februari 2018.
Eiser stelde dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen en dat hij bijzondere omstandigheden had die overdracht onevenredig hard maken, waaronder de zorg voor ernstig zieke familieleden. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de asielaanvraag in Nederland te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.