1.6Eiseres heeft tegen de primaire besluiten bezwaar gemaakt. Verweerder heeft de bezwaarschriften voorgelegd aan de Bezwarencommissie van de provincie Zuid-Holland (de bezwarencommissie). Op 31 maart 2015 heeft de bezwarencommissie ten aanzien van de primaire besluiten 1 tot en met 3 geadviseerd het bezwaar, voor zover gericht tegen primair besluit 1, ongegrond te verklaren en de bezwaren, voor zover gericht tegen de primaire besluiten 2 en 3, gegrond te verklaren en de besluiten te herroepen.
2. Verweerder heeft, in afwijking van het advies van de bezwarencommissie, de bezwaren tegen de primaire besluiten 1 tot en met 3 ongegrond verklaard. Het bezwaar tegen primair besluit 4 is, zonder dat de bezwarencommissie daarover heeft geadviseerd, eveneens ongegrond verklaard. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat in de last onder dwangsom duidelijk en concreet is geformuleerd wat eiseres moet nalaten om toepassing van de dwangmaatregelen te voorkomen. Eiseres was zich ervan bewust dat het maximale geluidsniveau van 70 dB(A) ook na 1 juli 2014 zou blijven gelden. De gewijzigde omgevingsvergunning van 1 juli 2014 vormt een bekrachtiging van het besluit van 5 maart 2013. Het is dan ook niet zo dat vanaf die datum een maximaal geluidsniveau van 80 dB(A) is gaan gelden voor eiseres. Voorts stelt verweerder dat er geen twijfels zijn over de gemeten geluidsniveaus en de vaststelling dat de geluidgebeurtenissen zijn veroorzaakt door activiteiten op het terrein van eiseres. De metingen voldoen aan de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999” (HMRI 1999). Door plaatsing van twee meters kan worden bepaald of geluidspatronen en geluidssterkte overeenkomen en is vast te stellen of het geluid wordt veroorzaakt door activiteiten in de inrichting van eiseres. Deze geven een karakteristiek en duidelijk herkenbaar geluid. Daarnaast zijn er geen andere bedrijven in de omgeving die afval verwerken. Het meetrapport van 19 november 2014 van [adviesbureau], dat door eiseres is ingebracht tijdens de bezwaarprocedure, heeft verweerder geen aanleiding gegeven om de meetresultaten te herzien.
3. Eiseres kan zich niet met de bestreden besluiten verenigen en voert aan dat de geluidswaarden die bij de woning aan [adres] zijn gemeten niet worden veroorzaakt door activiteiten binnen haar inrichting. Er zijn diverse bedrijven in de omgeving waar activiteiten worden verricht met dezelfde soort geluiden.
In dat kader betoogt eiseres dat zij in een proefopstelling heeft getracht zoveel mogelijk geluid te produceren en dat het maximale geluidsniveau bij de woning daardoor niet werd overschreden. Bovendien is eind 2016 een tweede registratieapparaat geplaatst binnen de inrichting van eiseres. Dit apparaat meet het geluid aan de bron en daarbij worden ook afbeeldingen gemaakt. Met dit apparaat wordt duidelijk wanneer een piekgeluid wordt veroorzaakt. Er blijkt geen of nauwelijks correlatie te bestaan tussen de piekgeluiden gemeten bij de woning en de piekgeluiden gemeten binnen de inrichting. Er is dan ook onvoldoende bewijs dat eiseres de last onder dwangsom heeft overtreden.
4. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het beroep met zaaknummer SGR 16/1344 niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen beroepsgronden heeft ingediend. Uit het bezwaarschrift van 15 februari 2016, waarbij verweerder is verzocht toepassing te geven aan artikel 7:1a van de Awb, met welk verzoek verweerder heeft ingestemd, volgt dat de beroepsgronden gelijk zijn aan de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd tegen de bestreden besluiten 1 en 2. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het beroep van eiseres met zaaknummer SGR 16/1344 niet-ontvankelijk te verklaren.
5. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 1 juli 2014 het maximale geluidsniveau op de achtergevel van de woning aan [adres] en de buitenbak van de manege heeft verruimd tot 70 dB(A). Anders dan verweerder betoogt, geeft dat besluit geen aanknopingspunten voor het oordeel dat daarmee de gewijzigde last onder dwangsom van 5 maart 2013 is komen te vervallen. Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken dat de gewijzigde last onder dwangsom van 5 maart 2013 is vervallen of ingetrokken. Dit betekent dat vóór 1 juli 2014 sprake was van overtreding van maatwerkvoorschrift 8.1.2, als werd vastgesteld dat door activiteiten in de inrichting van eiseres het maximale geluidsniveau van 70 dB(A) werd overschreden en dat vanaf 1 juli 2014 sprake moet zijn van een geluidsniveau van 70 dB(A) + 10 dB(A) alvorens handhavend mag worden opgetreden.