ECLI:NL:RBDHA:2018:3330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige
De Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, vanwege haar depressieve toestand en problemen in het huidige gezinshuis. De minderjarige ervaart geen klik met de gezinshuisouder en vertoont opstandig gedrag. De gecertificeerde instelling acht plaatsing in een fasehuis het meest passend, maar er is geen plek in het kamertrainingscentrum.
De vader en moeder geven aan dat zij willen dat de minderjarige bij de moeder gaat wonen, eventueel met hulp van Stek Jeugdhulp en GGZ-ondersteuning. De kinderrechter overweegt dat voortzetting van het verblijf in het gezinshuis niet langer in het belang van de minderjarige is, maar dat plaatsing in een fasehuis zonder kamertrainingscentrum niet wenselijk is. De minderjarige zelf wil niet in een fasehuis verblijven en voelt zich beter bij de moeder.
De kinderrechter concludeert dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing niet voldoende aanwezig zijn en wijst het verzoek af. De gecertificeerde instelling wordt geadviseerd om te onderzoeken of het perspectief van de minderjarige bij de moeder ligt, met inzet van intensieve opvoedondersteuning en hulpverlening. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt afgewezen.