Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 maart 2018 in de zaken tussen
[eisers I] , te [plaats 1] , eisers I,
het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rijnland, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
voor aanvang van de werkzaamheden niet onderhevig was aan ongelijke (natuurlijke) zettingen. De laatste ingrijpende verbouwing was circa 30 jaar geleden. Kennelijk was er in deze periode toch sprake van een min of meer stabiele situatie. Uit het schadebeeld maken wij op dat in 2011 kennelijk een (ongelijk) zettingproces in gang is gezet. De scheur in de zijgevel is niet direct aan te merken als een scheur ontstaan door trillingen. Wel merken wij op dat door trillingen een verstoring kan hebben plaatsgevonden van het grondmechanisch evenwicht van de laag waarop de woning van de tegenpartij is gefundeerd. Dit zou eventueel de (voortschrijdende) zettingen kunnen verklaren. Tijdens het project “ [naam gemaal] ” hebben zich geen andere activiteiten voorgedaan die deze zettingen zouden kunnen verklaren.”
op minimaal 50 m van het werk is gelegen, is het aannemelijk dat trillingen in de woning merkbaar/voelbaar zijn geweest als gevolg van het manoeuvreren met damwand- en/of heistellingen of het heien en/of trillen van respectievelijk palen en damplanken. De relatief slappe veen- en kleilagen gedragen zich onder belasting ‘als vloeistof’ en geven als zodanig relatief eenvoudig trillingen door aan de omgeving.
conditio sine qua nonverband gegeven tussen de bouw van het gemaal en de in juli 2011 opgetreden scheuren in de muren van de woningen.