ECLI:NL:RBDHA:2018:3115

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2018
Publicatiedatum
16 maart 2018
Zaaknummer
NL18.3905
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel in verlengde procedure

Verzoekster, van Ethiopische nationaliteit, heeft een aanvraag tot verlenging van haar verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 19 februari 2018 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de aangevoerde gronden nader onderzoek vereisen in de bodemprocedure door een meervoudige kamer. Verzoekster heeft daarom belang bij het afwachten van de uitkomst van het beroep in Nederland. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en wordt uitzetting verboden totdat op het beroep is beslist.

Het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft op grond van artikel 5, eerste lid, sub a, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 van kracht. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Ghrib op 16 maart 2018 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.3905
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 maart 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

ProcesverloopBij besluit van 19 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

Verzoekster is van Ethiopische nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum] 1986.
De in deze zaak aangevoerde gronden vergen een nadere bestudering in de bodemzaak door een meervoudige kamer.
Daarom heeft verzoekster er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft dan op grond van artikel 5, eerste lid, sub a, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 bestaan.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.D. Gunster, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel