ECLI:NL:RBDHA:2018:3115
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel in verlengde procedure
Verzoekster, van Ethiopische nationaliteit, heeft een aanvraag tot verlenging van haar verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 19 februari 2018 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de aangevoerde gronden nader onderzoek vereisen in de bodemprocedure door een meervoudige kamer. Verzoekster heeft daarom belang bij het afwachten van de uitkomst van het beroep in Nederland. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en wordt uitzetting verboden totdat op het beroep is beslist.
Het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft op grond van artikel 5, eerste lid, sub a, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 van kracht. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Ghrib op 16 maart 2018 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.