ECLI:NL:RBDHA:2018:3104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens schending hoorplicht
Eiser, een Turkse nationaliteit houdende ondernemer, verzocht om een verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen vanwege een onvoldoende ondernemingsplan. Na bezwaar werd advies gevraagd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die in maart 2017 en januari 2018 negatief adviseerde over de levensvatbaarheid en markteffecten van de onderneming.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht handelde door eiser niet de mogelijkheid te bieden te reageren op het aanvullende advies van januari 2018, dat nieuwe informatie bevatte en vraagtekens zette bij door eiser aangevoerde feiten. Tevens weegt de rechtbank de door eiser overgelegde contra-expertise van een deskundige zwaarder dan verweerder deed.
Gelet hierop concludeert de rechtbank dat de adviezen van de RVO onzorgvuldig en onvoldoende inzichtelijk zijn en dat verweerder niet zonder meer van de juistheid mocht uitgaan. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht.