Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser], V-nummer [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
23 november 2011 in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘Arbeid in loondienst’, laatstelijk verlengd tot 16 december 2018.
Kamerstukken II2014/15, 34128, 3, p. 6). Hierin staat dat sinds de implementatie van de Richtlijn 2011/51/EU op 29 september 2014, artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000 regelt dat de aanvraag tot het verlenen van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen kan worden afgewezen indien de vreemdeling het inburgeringsexamen als bedoeld in artikel 13 van Pro de Wet inburgering niet heeft behaald. Nu met ingang van 1 januari 2013 artikel 13 van Pro de Wet inburgering is vervallen, heeft de wetgever met voornoemd wetsvoorstel voorgesteld om de verwijzing naar de Wet inburgering in artikel 45b, tweede lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000 aan te passen. Uit het vorenstaande volgt dat de wetgever nimmer heeft beoogt om het inburgeringsvereiste voor derdelanders die een aanvraag tot verlenen van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen indienen te laten vervallen. De rechtbank concludeert dat verweerder het inburgeringsvereiste terecht aan eiser heeft tegengeworpen.