ECLI:NL:RBDHA:2018:2796

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 maart 2018
Publicatiedatum
12 maart 2018
Zaaknummer
NL18.2481
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkheid derde asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe feiten

Eiser, een Sierraleoonse nationaliteit, heeft in 2011 en 2016 asielaanvragen ingediend die ongegrond werden verklaard. In januari 2018 diende hij een derde asielaanvraag in, die bij besluit niet-ontvankelijk werd verklaard omdat er geen nieuwe relevante feiten of bevindingen waren.

De rechtbank oordeelt dat de gestelde homoseksualiteit van eiser geen nieuw element vormt, aangezien eerdere procedures dit reeds hebben beoordeeld en eiser geen overtuigende verklaringen heeft gegeven over zijn seksuele gerichtheid en het proces van bewustwording en zelfacceptatie. De verklaringen van een vermeende partner worden niet als doorslaggevend beschouwd.

Verder concludeert de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Sierra Leone daadwerkelijk risico loopt vanwege zijn seksuele geaardheid. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het bekendmaken van zijn seksuele gerichtheid aan de Sierraleoonse autoriteiten in Nederland geen nieuw feit is.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 1 maart 2018.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de derde asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.2481
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. J.M. Walls),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak).

ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 januari 2018 (het bestreden besluit).

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.2482, plaatsgevonden op 1 maart 2018.Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig, P. Oronsaye, tolk.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Sierraleoonse nationaliteit. Zijn asielaanvraag uit 2011 is ongegrond verklaard. Zijn opvolgende asielaanvraag, waarbij hij als asielmotief heeft opgegeven dat hij homoseksueel is, is kennelijk ongegrond verklaard. Bedoelde beslissingen, van respectievelijk 13 juni 2012 en 3 mei 2016, staan in rechte vast.
2. Op 30 januari 2018 heeft eiser een derde asielaanvraag gedaan. Deze aanvraag is bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat volgens verweerder niet is gebleken van relevante nieuwe elementen of bevindingen.
3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers relatie met een Nederlandse man geen novum is. Uitgangspunt is daarbij het in rechte vaststaande oordeel dat eisers gestelde homoseksuele gerichtheid niet aannemelijk is, omdat eiser geen overtuigende verklaringen heeft afgelegd ten aanzien van zijn proces van bewustwording en zelfacceptatie. Anders dan eiser in beroep heeft betoogd, heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd uiteengezet dat eiser met de verklaringen over zijn relatie niet alsnog aannemelijke verklaringen heeft afgelegd over zijn homoseksuele gerichtheid. Anders dan eiser impliceert, betekent het alsnog afleggen van aannemelijke verklaringen niet dat eiser daarbij gedwongen zou zijn om expliciet seksuele verklaringen af te leggen.
4. Gelet op het ontbreken van aannemelijke eigen verklaringen van eiser over zijn gestelde seksuele gerichtheid, komt aan hetgeen zijn gestelde partner heeft te verklaren in dit verband geen doorslaggevende betekenis toe. De door eiser genoemde uitspraken van de rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 21 december 2017 [1] en zittingsplaats Haarlem van 29 november 2017 [2] , worden niet gevolgd. Nu verklaringen van de gestelde partner om die reden redelijkerwijs niet kunnen bijdragen aan de beoordeling van de zaak, ziet de rechtbank geen aanleiding om hem als getuige te horen.
5. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet aannemelijk gemaakt waarom hij door het bekend maken van zijn gestelde seksuele geaardheid tijdens zijn presentatie aan de vertegenwoordiger van de Sierra Leoonse autoriteiten daadwerkelijk risico loopt bij terugkeer. Daarbij heeft verweerder gewezen op eisers verklaring dat aan hem door het ambassadepersoneel is verzekerd dat de informatie over eisers gestelde seksuele geaardheid met niemand zal worden gedeeld. Niet is gebleken van enige aanwijzing dat de informatie niettemin bekend is bij de autoriteiten in Sierra Leone. De enkele gestelde en niet geloofwaardige homoseksualiteit leidt niet tot geloofwaardige problemen in Sierra Leone. Verweerder heeft voorts terecht overwogen dat het opmerkelijk is dat eiser zijn uitlatingen tijdens de presentatie heeft gedaan ondanks het risico dat hij naar Sierra Leone zal moeten terugkeren. Ook heeft verweerder terecht gewezen op eisers verklaringen dat hij niet zozeer stelt te vrezen voor de autoriteiten, maar wel voor de ‘bundo gemeenschap’. Die vrees houdt echter vooral verband met zijn eerdere asielrelaas.
6. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de omstandigheid dat eiser zijn seksuele gerichtheid heeft gemeld bij de vertegenwoordiging van de Sierraleoonse autoriteiten in Nederland geen novum is.
7. Verweerder heeft, gezien het ontbreken van relevante nieuwe elementen of bevindingen, de aanvragen terecht niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
8. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2018.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.zaaknummer AWB 17/11537
2.zaaknummer NL17.739