Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 november 2017;
- de akte uitlating prejudiciële vragen van de zijde van Nationale-Nederlanden van 31 januari 2018;
- de akte van de zijde van [eiser] van 31 januari 2018.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelt een civiele zaak tussen eiser en Nationale-Nederlanden over de interpretatie van polisvoorwaarden van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De rechtbank heeft eerder een tussenvonnis gewezen en overweegt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de vraag of bepaalde polisvoorwaarden in strijd zijn met het consumentenrecht.
De kern van het geschil betreft artikel 14 van Pro de polisvoorwaarden, dat bepaalt hoe de mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld en de termijn voor bezwaar. De rechtbank vraagt zich af of deze bepalingen als oneerlijke bedingen kunnen worden aangemerkt volgens richtlijn 93/13/EEG en of het relevant is wie de premie betaalt, verzekerde zelf of een derde.
Daarnaast vraagt de rechtbank naar de bewijsrechtelijke status van rapportages die op grond van artikel 14 zijn Pro opgesteld en de mogelijkheid van een herbeoordeling door een nieuwe deskundige. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verzoekt de Hoge Raad om beantwoording van deze prejudiciële vragen.
Uitkomst: Rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.