ECLI:NL:RBDHA:2018:2689
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek en oplegging wrakingsverbod in bestuursrechtelijke verzetszaak
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter die zijn verzoek om uitstel van een verzetszitting had afgewezen. De zitting betrof een beroepsprocedure tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst, waarbij het beroep niet-ontvankelijk was verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De wrakingskamer oordeelt dat de afwijzing van een verzoek om uitstel een processuele beslissing is die in beginsel geen grond voor wraking vormt. Alleen als de beslissing zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor vooringenomenheid van de rechter, kan wraking worden toegewezen. Dit was niet het geval, ook niet omdat verzoeker zich op het buitenlandverblijf beriep en geen verweer van de rechter ontving.
De wrakingskamer wijst het verzoek af en legt op grond van artikel 8:18, vierde lid, Awb een wrakingsverbod op voor de verdere duur van de verzetszaak. Dit omdat verzoeker het wrakingsmiddel oneigenlijk gebruikte om uitstel te verkrijgen, wat als misbruik van recht wordt aangemerkt. De procedure wordt voortgezet zonder verdere behandeling van nieuwe wrakingsverzoeken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsmiddel.