ECLI:NL:RBDHA:2018:2302
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk bij verleende verblijfsvergunning
Verzoekers dienden een verzoek om voorlopige voorziening in tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier hadden afgewezen. Nadat zij bezwaar maakten, werd dit bezwaar gegrond verklaard en werd alsnog de verblijfsvergunning verleend.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van het connexiteitsbeginsel uit artikel 8:81 Awb Pro een bodemprocedure aanhangig moet zijn om een voorlopige voorziening te treffen. Omdat deze procedure ontbrak, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Verweerder weigerde proceskosten te vergoeden, maar de voorzieningenrechter vond dit niet gemotiveerd en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd zonder zitting gedaan omdat partijen daarmee instemden.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard, verweerder veroordeeld tot proceskosten- en griffierechtvergoeding.