ECLI:NL:RBDHA:2018:229
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing uithuisplaatsing minderjarige ondanks hoger beroep
De moeder heeft een executiegeschil aanhangig gemaakt tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 december 2017, waarbij haar dochter van zestien jaar onder toezicht is gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing is verleend. De moeder is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking en vordert schorsing van de uithuisplaatsing totdat het gerechtshof een beslissing heeft genomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de Raad voor de Kinderbescherming geen taak meer heeft in de uitvoering van de beschikking en wijst de vordering jegens de Raad af. De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSS), belast met de uitvoering, is verstek verleend maar haar standpunt is meegewogen.
De rechter stelt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, waardoor de WSS bevoegd is de uithuisplaatsing te effectueren. Er is geen sprake van een juridische of feitelijke misslag in de beschikking en de vrees voor een noodtoestand door verzet van de minderjarige is onvoldoende om de tenuitvoerlegging te schorsen. De vordering wordt afgewezen en de moeder en vader worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering tot schorsing van de uithuisplaatsing af, waardoor de beschikking uitvoerbaar blijft.