ECLI:NL:RBDHA:2018:2239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig homoseksualiteitsverhaal van Ugandese aanvrager
Eiser, een Ugandese bokser, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Uganda. Hij stelde dat zijn geaardheid bekend werd gemaakt door een journalist na een incident met andere homoseksuele bokspartners.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas over zijn seksuele geaardheid. De rechtbank bevestigt dit oordeel, verwijzend naar wisselende en oppervlakkige verklaringen van eiser, het ontbreken van bewijs van langdurige relaties en het gebrek aan kennis over de situatie van LHBT’s in Nederland.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn verklaringen wel geloofwaardig zijn en dat gelijktijdige asielaanvragen van andere Ugandese boksers toeval zijn. De rechtbank oordeelt dat deze argumenten onvoldoende zijn om het oordeel van de staatssecretaris te weerleggen.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op bescherming en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens ongeloofwaardig relaas over homoseksualiteit.