ECLI:NL:RBDHA:2018:2238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid Ugandese asielzoeker
Eiser, een Ugandese nationaliteit dragende asielzoeker, vroeg op 10 juni 2016 een verblijfsvergunning asiel aan op grond van zijn homoseksuele geaardheid. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid vervolging in Uganda vreesde, mede omdat hij betrapt zou zijn door een journalist terwijl hij met een mannelijke teamgenoot in één bed lag.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over zijn seksuele geaardheid en het incident. De rechtbank oordeelde dat eiser tegenstrijdige en wisselende verklaringen had gegeven over zijn bewustwording, relaties en de omstandigheden van het incident. Ook het bestaan van een vrouwelijke vriendin op Facebook en tegenstrijdige verklaringen van betrokkenen ondermijnden zijn geloofwaardigheid.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn verklaringen geloofwaardig waren en dat de gelijktijdige asielaanvragen van andere Ugandese boksers toeval waren. De rechtbank volgde dit niet en vond de motivering van de staatssecretaris deugdelijk. De brieven ter ondersteuning waren summier en niet onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanspraak kon maken op asiel op grond van zijn seksuele geaardheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid van eiser.