ECLI:NL:RBDHA:2018:2174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor vergelding in Guinee-Bissau
Eiser, een Guinee-Bissause jongere, vroeg asiel aan met de stelling dat hij vreest voor zijn veiligheid vanwege een brand die hij per ongeluk op landbouwgrond van dorpsgenoten veroorzaakte. Verweerder erkende de nationaliteit en het incident, maar achtte de vrees voor vergelding niet aannemelijk omdat de verklaringen vaag waren en het relaas op vermoedens berustte.
Eiser voerde in beroep aan dat eerdere incidenten en etnische spanningen tussen bevolkingsgroepen de vrees rechtvaardigen en dat verweerder onvoldoende rekening hield met de culturele context en zijn minderjarigheid bij aanvraag. De rechtbank oordeelde echter dat deze argumenten onvoldoende concreet waren en niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas niet geloofwaardig was en dat verweerder terecht de aanvraag als ongegrond heeft afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijke vrees voor vergelding.