ECLI:NL:RBDHA:2018:2128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veiligheidssituatie
Eiser, een Iraakse staatsburger geboren in 1989, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens bedreigingen door een officier van het ministerie van Defensie waar hij werkte. Hij stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden en de dreiging van een officier lid van een politieke partij in gevaar was, en dat ook zijn familie werd bedreigd.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de verklaringen over de doodsbedreigingen niet geloofwaardig achtte, mede vanwege het ontbreken van concrete namen, documenten en onvoldoende onderbouwing. Ook achtte hij de algemene veiligheidssituatie in Bagdad niet zodanig uitzonderlijk dat dit een verblijfsvergunning zou rechtvaardigen.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling. De overgelegde documenten, waaronder een arrestatiebevel en een brief van het ministerie van Defensie, werden niet overtuigend geacht. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.