ECLI:NL:RBDHA:2018:2034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende risico op vervolging
Eiseres, een Afghaanse vrouw van de Farsiwan bevolkingsgroep en moslima (sjiiet), heeft samen met haar minderjarige kinderen een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen over bedreigingen door de Taliban en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht niet geloof hecht aan de verklaringen over de problemen van de echtgenoot en zoon met de Taliban, mede omdat eiseres weinig concrete details kon geven over bedreigingen en de dood van haar zoon onverklaard bleef. Ook de beweringen over de uithuwelijking van haar dochter en het onderwijs werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De rechtbank sluit zich aan bij het oordeel dat het asielrelaas onvoldoende zwaarwegend is om vluchtelingschap toe te kennen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende risico op vervolging.