ECLI:NL:RBDHA:2018:1986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen dwangsom wegens niet tijdig beslissing verzilveringsregeling inkomstenbelasting
Eiser maakte bezwaar tegen het niet toekennen van de verzilveringsregeling voor het jaar 2012 en stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar. Verweerder had de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, maar had nog geen onherroepelijke aanslag vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de verzilveringsregeling pas kan worden vastgesteld nadat de aanslag onherroepelijk is geworden. Hierdoor was verweerder niet in gebreke met betrekking tot een te nemen beslissing over de verzilveringsregeling. Tevens was de ingebrekestelling ondeugdelijk voor zover deze betrekking had op het doen van uitspraak op bezwaar tegen de aanslag, omdat niet duidelijk was welke beslissing verweerder moest nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een dwangsom af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C.J.A. Huijgens op 16 februari 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de dwangsom wegens niet tijdig beslissing verzilveringsregeling wordt ongegrond verklaard.