ECLI:NL:RBDHA:2018:1920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Persoonsondersteunend Budget wegens uitzicht op inkomensverbetering
Eiser, die sinds juli 2016 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg op 13 februari 2017 een Persoonsondersteunend Budget (POB) aan, welke door verweerder op 24 april 2017 werd afgewezen. Het bezwaar van eiser werd bij besluit van 13 juli 2017 ongegrond verklaard. Eiser stelde dat hij geen uitzicht heeft op inkomensverbetering omdat zijn bedrijf nog in de opstartfase zit en geen winst genereert.
Verweerder baseerde de afwijzing op het feit dat eiser een bedrijfskrediet had ontvangen om zijn onderneming te starten, wat volgens de regels alleen wordt toegekend als er uitzicht is op inkomsten uit het bedrijf. De rechtbank oordeelde dat dit een gerechtvaardigde veronderstelling is en dat het feit dat eiser nog geen inkomen uit zijn bedrijf heeft, niet betekent dat er geen uitzicht op verbetering is.
De rechtbank vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden en dat eiser niet concreet had aangegeven welke argumenten tijdens de hoorzitting onvoldoende waren meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het POB gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een Persoonsondersteunend Budget wordt ongegrond verklaard.