ECLI:NL:RBDHA:2018:1733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk volgens Dublinverordening
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 18 oktober 2017 in Nederland een asielaanvraag in. Uit Eurodac bleek dat zij eerder asielaanvragen had ingediend in Hongarije, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Verweerder baseerde het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in samenhang met de Dublinverordening, omdat Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt beschouwd.
Eiseres voerde aan dat de Dublinverordening de eenheid van het gezin waarborgt en dat overdracht aan Oostenrijk onevenredige hardheid zou betekenen vanwege haar medische situatie. Zij overhandigde medische stukken en een e-mail van maatschappelijk werk. Tevens verzocht zij de procedure aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen.
De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijke lidstaat al was vastgesteld en dat de verantwoordelijkheid van Oostenrijk niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld, mede om te voorkomen dat asielzoekers in meerdere lidstaten vergelijkbare procedures voeren. De medische situatie van eiseres bood geen concrete aanwijzingen voor onevenredige hardheid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres.