ECLI:NL:RBDHA:2018:1732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 18 oktober 2017 in Nederland een asielaanvraag in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder asielverzoeken had ingediend in Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië als verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld. Eiser verzocht om aanhouding van de procedure in afwachting van prejudiciële vragen en voerde aan dat overdracht aan Italië onevenredige hardheid zou veroorzaken vanwege de medische situatie van zijn echtgenote.
De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijkheid van Italië niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld, omdat dit in strijd zou zijn met de doelstelling van de Dublinverordening om dubbele procedures te voorkomen. De rechtbank zag geen reden om de procedure aan te houden en oordeelde dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 11 van Pro de Dublinverordening. Ook de medische omstandigheden van de echtgenote vormden geen grond om de overdracht te weigeren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 9 februari 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld.