ECLI:NL:RBDHA:2018:1723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning voor zelfstandige in start-up wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Libische nationaliteit, vroeg op 3 maart 2016 een verblijfsvergunning aan voor arbeid als zelfstandige in een start-up. Na het zoekraken van de eerste aanvraag werd hij verzocht een nieuwe aanvraag in te dienen met een stappenplan, een begeleidingsovereenkomst en bewijs van deskundigheid en betrouwbaarheid van de begeleider.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling hiervan. Tevens ontbrak een voldoende onderbouwing van de innovativiteit van het product of de dienst en de deskundigheid en betrouwbaarheid van de begeleider.
In bezwaar en beroep voerde eiser aan dat het ondernemingsplan en de begeleider wel degelijk voldeden aan de eisen, maar de rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van minimaal twee jaar ervaring van de begeleider met innovatieve start-ups en dat het ondernemingsplan geen innovatieve aspecten aantoonde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet voor advies aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft voorgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. De afwijzing van de verblijfsvergunning blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing blijft in stand.