Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
(vader),
(moeder),
Rechtbank Den Haag
Partijen, die een affectieve relatie hadden en samenwoonden, zijn sinds juni 2017 uit elkaar. De vrouw is de moeder en gezagsdrager van de minderjarige kinderen, terwijl de man de biologische vader is die de kinderen niet heeft erkend. Na het beëindigen van de omgang in oktober 2017, vordert de man een omgangsregeling waarbij hij de kinderen elk weekend bij zich heeft. De vrouw vordert een omgangsregeling eens per drie weken, met argumenten over het belang van de kinderen en praktische haalbaarheid.
De rechtbank constateert dat er spanningen en slechte communicatie tussen partijen zijn, waardoor zij niet tot afspraken zijn gekomen. Daarom verwijst de rechtbank partijen naar het traject Ouderschap Blijft via het Expertiseteam complexe zorg om hun communicatie en onderlinge verstandhouding te verbeteren. De rechtbank acht dit in het belang van de minderjarigen.
Ondanks de verschillen in standpunten over frequentie en praktische zaken, stelt de rechtbank een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de kinderen eens per twee weken in het weekend bij de vader zijn, met ophalen op school vrijdagmiddag en terugbrengen zondagmiddag door de moeder. De rechtbank wijst het meer of anders gevorderde af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst een voorlopige omgangsregeling toe waarbij de minderjarigen eens per twee weken in het weekend bij de vader zijn en verwijst partijen naar Ouderschap Blijft voor begeleiding.