ECLI:NL:RBDHA:2018:16401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Eritrese asielzoekster wegens onvoldoende bewijs identiteit en gezinsrelatie
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, waarbij zij een gezinsherenigingsprocedure startte met haar vermeende echtgenoot (referent) die in Nederland verblijft. De staatssecretaris weigerde de aanvraag omdat eiseres geen officiële identiteitsdocumenten kon overleggen en de familierechtelijke relatie niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres tegenstrijdige verklaringen gaf over haar identiteit en dat de overgelegde schoolkaart onvoldoende bewijs bood. Ook was de kerkelijke huwelijksakte onvoldoende en waren er tegenstrijdige verklaringen over de samenwoning. Verweerder hoefde geen nader onderzoek te verrichten omdat eiseres niet in bewijsnood verkeerde.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij geen officiële documenten kon overleggen en dat de onofficiële documenten onvoldoende waren om haar identiteit en gezinsrelatie te bewijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsrelatie.