ECLI:NL:RBDHA:2018:16396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerende-zaakbelastingen 2018
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2018, welke is vastgesteld op €1.194.000. Eiser stelt een lagere waarde van €926.000 voor, onderbouwd met een taxatierapport en waardematrix. Verweerder heeft een eigen waardematrix overgelegd en toegelicht dat de waarde is gebaseerd op systematische vergelijking met referentieobjecten, rekening houdend met ligging en andere factoren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De ligging van de woning is als bovengemiddeld gekwalificeerd, mede doordat deze beter gelegen is dan vergelijkingsobjecten aan een drukke weg. De waarde is aldus in goede verhouding tot de marktgegevens vastgesteld.
Gelet op de onderbouwing en toelichting van verweerder wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter D.M. Drok op 27 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.194.000 wordt ongegrond verklaard.