ECLI:NL:RBDHA:2018:16226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument voor vader minderjarige EU-burger
Eiser, een Nigeriaanse vader van een minderjarige Nederlandse dochter, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd afgewezen door verweerder omdat eiser volgens verweerder nog rechtmatig verblijf had in Frankrijk op basis van een Franse EU-verblijfskaart.
Eiser stelde dat hij geen verblijfsrecht meer had in Frankrijk omdat zijn huwelijk met een Franse EU-burger was ontbonden en hij daardoor geen afgeleid verblijfsrecht meer kon ontlenen. Hij verwees naar het Chavez Vilchez-arrest van het Hof van Justitie van de EU en stelde dat zijn dochter anders gedwongen zou worden de EU te verlaten zonder zijn zorg.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende had aangetoond dat hij geen rechtmatig verblijf meer had in Frankrijk, mede omdat het huwelijk minder dan drie jaar had geduurd en er geen andere grond voor zelfstandig verblijf was. De Franse verblijfskaart was slechts een declaratoir bewijs en kon niet het verblijfsrecht bevestigen.
Daarom was het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en werd het vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang was komen te vervallen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.